Moslims vieren vanaf deze woensdag 27 mei Eid al-Adha, in Nederland bekend als het Offerfeest. Bij deze feestdag wordt vaak gedacht aan het slachten van een schaap, maar deze religieuze dag heeft een diepere betekenis. Ook kiest niet iedereen ervoor zelf een beest te slachten.

Het Offerfeest is een herdenking van de profeet Ibrahim (de Bijbelse Abraham) die zijn zoon moest offeren. Waar die zoon in de Bijbel Isaak heet, gaan de meeste moslims ervan uit dat het om Ismaïl ging. In beide versies was het uiteindelijk niet de zoon van de profeet, maar een dier dat het slachtoffer werd: in de Koran een ram.
Offeren
Ter nagedachtenis hieraan is het gebruikelijk dat moslims zelf een dier slachten, vaak een schaap. Sommige moslims kiezen er echter voor het anders aan te pakken. “Ik heb gezien dat in Zuid-Afrika hulp nodig is”, vertelt een Delftse moslim bij de Hoven Passage. “Ik stuur het geld (voor een slachtdier, red.) naar mensen daar en zij doen het slachten voor mij.”
Dit is een manier van het Offerfeest vieren die voor meer moslims gebruikelijk is. Zo zijn er meerdere stichtingen, waaronder Islamic Relief Nederland en Islamitische Stichting Nederland, die donaties accepteren, waarmee offers gebracht worden in landen waar mensen zelf de mogelijkheid daartoe niet hebben.
Samen vieren
Naast het offeren is het vierdaagse feest ook een belangrijk moment om samen te komen. Traditioneel wordt het offervlees ook gedeeld met naasten, buren en mensen die het nodig hebben.
Om te zorgen dat ook kinderen thuis zijn voor de viering, kunnen scholen vrij geven voor het Offerfeest. Als de school dit niet zelf doet, kunnen ouders hun kind alsnog thuishouden, als ze dit op tijd laten weten. In de Leerplichtwet is opgenomen dat dit mogelijk is voor ‘religieuze of levensbeschouwelijke verplichtingen’.
De Delftse moslim in de Hoven Passage vertelt: “De eerste dag vieren we thuis met familie. De tweede dag komt meer familie, en ook onze buren en beste vrienden.”