Nog voordat de plannen in een nieuw coalitieakkoord bekend zijn, klinkt kritiek op Pro, D66 en STIP. Oppositiepartijen zetten vraagtekens bij de keuze voor zes wethouders en wijzen op de extra kosten. Ook vinden partijen het vreemd dat een van de beoogde wethouders niet in Delft lijkt te gaan wonen.

SP-leider Joost van der Sluis vindt de gang van zaken bij het vormen van de nieuwe coalitie in Delft maar vreemd: “Normaal maken de gekozen raadsleden een coalitieakkoord waarin ze vastleggen wat ze de komende vier jaar gaan doen. Daarna zoeken ze er wethouders bij die het gaan uitvoeren. Deze partijen doen het andersom.”
Afgelopen donderdag kwamen de onderhandelende partijen namelijk naar buiten met het bericht dat ze met zes wethouders aan de slag gaan. De vorige periode kende het stadsbestuur vijf wethouders en daarvoor waren het er doorgaans vier.
Daarbuiten is weinig bekend over de plannen van de partijen. Er is alleen gedeeld dat er verder wordt gewerkt aan een coalitieakkoord, dat 20 mei aan de gemeenteraad zal worden voorgelegd ter bespreking.
‘Motivatie ontbreekt’
“Je zou verwachten dat je begint met de inhoud van een akkoord en daarna kijkt welke en hoeveel wethouders daar goed bij passen”, vindt ook CDA-fractievoorzitter Frank Visser. Daarbij meent hij dat ‘een duidelijke motivatie’ voor de keuze ontbreekt.
“Wel is vrij duidelijk beschreven dat men op reeds ingeslagen weg wil doorgaan”, aldus Visser. Wat hem betreft is duidelijk dat Pro, D66 en STIP vooral verder willen met de bestaande plannen van de partijen die het al langer voor het zeggen hebben in Delft. Visser: “Als je op dezelfde weg door wil gaan als de afgelopen jaren, zien wij niet in waarom het nodig is om naar zes wethouders te gaan.”
‘Met zichzelf bezig’
Ook voor VVD-fractievoorzitter Tessa van den Berg is niet duidelijk waarom zes wethouders nodig zijn. “PRO, D66 en STIP lijken vooral een maand heel druk met zichzelf bezig te zijn geweest.”
Daarbij wijst de VVD’er erop dat de kosten voor een extra wethouder op kunnen lopen tot ‘honderdduizenden euro’s’. “Dat geld kan je maar één keer uitgeven. En deze verdeling is geen eerlijke afspiegeling van de verkiezingsuitslag, dit is eerder politiek handjeklap.”
Ook bij de PVV denkt men dat er grote bedragen gemoeid zijn met het toevoegen van een wethouder. Op een AI-afbeelding die gebruikt is op de website van de PVV Delft wordt een prijskaartje van 4 miljoen euro gerekend voor zes wethouders voor de komende vier jaar.
Vier wethouders
“Te gek voor woorden”, noemt Jolanda Gaal van Onafhankelijk Delft de keuze om met zes wethouders aan de slag te gaan. Volgens haar werd er ooit een extra wethouder toegevoegd, vanwege de werkdruk voor het stadsbestuur door de vernieuwing van de Spoorzone. “Die extra wethouder zou worden teruggedraaid, maar dat is nooit gebeurd – en dan nu nog één erbij…”
Wat Gaal betreft gaat Delft terug naar vier wethouders: één voor ieder van de grootste partijen. Daarbij wil Gaal dan een wethouder die zich specifiek richt op wonen en senioren.
Ook Samuel van Rij van Forum voor Democratie denkt dat zes wethouders wat veel is. “Een gemeente moet haar basistaken goed uitvoeren, daar heb je geen groot college voor nodig. Zijn partij staat voor een ‘slanke, betaalbare gemeentelijke organisatie’, zo deelt hij. “Minder bestuurders, lagere lasten, meer geld voor de stad.”
‘Wil niet eens in Delft wonen’
Ondertussen heerst er bij SP’er Van der Sluis nog een andere zorg. Vanuit zijn optiek leveren D66 en STIP nu vier ‘rechtse wethouders’. Alleen Pro levert wat hem betreft een links geluid in het college van zes wethouders. En dan schrijft hij over de twee Pro-wethouders: “Eén van hen wil niet eens in Delft wonen.”
Daarmee verwijst hij naar beoogd wethouder Hélène Oppatja. Als zij wordt benoemd, zal zij ontheffing aanvragen bij de gemeenteraad. Wethouders moeten officieel in Delft wonen, maar omdat haar thuiswonende dochter in de gemeenteraad van Rijswijk zit, wil zij daar blijven wonen.
Ook CDA’er Visser benadrukt dat het belangrijk is om de stad goed te leren kennen. “En dat doe je het beste door in de stad te wonen.”
Uitzondering
Waar veel partijen kritisch zijn, vormt Volt een uitzondering. Fractievoorzitter Dianne Elsinga zegt dat zij het eens is met de onderhandelende partijen dat Delft voor grote opgaven staat. “Een extra wethouder kan helpen om deze uitdagingen voortvarend aan te pakken.”
Ze denkt dat er zo een kans ontstaat voor ‘meer aandacht naar uitvoering, samenwerking en zichtbare resultaten voor de stad’. Daar moeten wat Volt betreft wel extra investeringen in de stad bijkomen: “Zoals steun voor bewonersinitiatieven en de ontwikkeling van een bruisende pop- en nachtcultuur. Zo kan een extra wethouder echt bijdragen aan een sterker Delft.”