Met ruim honderd figuranten werkt Delftse musical Willem van Oranje toe naar de première in januari 2026. De 21-jarige Jesse Vleeschdraager is één van die figuranten. Hij vertelt hoe het is om aan zo’n grote productie mee te werken.

Het is de eerste keer dat de Delftse Jesse figureert, en vanzelfsprekend was het niet. Van de zevenhonderd mensen die zich aanmeldden voor de musical, zijn er 120 gekozen.
Naar aanleiding van een artikel van Omroep West meldde hij zich aan. “Vervolgens mocht ik op auditie komen. Die was niet gericht op hoe goed je kon acteren, maar meer een kleine bewegingsworkshop”, vertelt Jesse. “Daarna kreeg je een kort interview naar aanleiding van een vragenlijst. En zo ben ik uiteindelijk geselecteerd.”
700 aanmeldingen
Jesse legt uit dat de figuranten in drie groepen zijn opgesplitst. “Als we gaan spelen zijn er vijf showdagen, waarvan zaterdag een dubbele showdag is. Het is niet haalbaar om figuranten vrijwillig zes shows in een week te laten spelen”. Met groepen van elk veertig mensen kan er zo afgewisseld worden. Jesse zal gemiddeld twee keer per week op het podium staan.
Naast het figureren vervoert Jesse mobiele planetaria. “Dat zijn opblaasbare koepels waarin shows worden gegeven over het heelal, op bijvoorbeeld scholen. Je kan er video’s in projecteren”, vertelt hij. Ook heeft Jesse een klein bedrijfje, waarbij hij Pokémon games voor mensen aanpast.
Het combineren van werk en figureren is goed te doen, vindt Jesse. “Het fijne is dat alle repetities en shows in het weekend of doordeweeks in de avond zijn. Maar het is nog steeds een beetje passen en meten.”
Prinsentheater
Voor de nieuwe musical wordt het Prinsentheater gebouwd in Delft, waar Willem van Oranje de laatste jaren van zijn leven woonde. Jesse is tot dusver alleen in het theater geweest voor een kick-off met de figuranten. “We konden niet op het podium. De figurantenbegeleider liep toen ook met een helm op, want het was gewoon een bouwplaats.”
Aangezien het theater voor de musical nog niet af is, zijn de repetities nu in Amsterdam. “Daarom carpoolen we vaak, dat maakt het alleen maar leuker.”
Tot nu toe vindt Jesse het zijn van een figurant een gave ervaring. “Je kijkt vanaf het begin mee hoe de musical wordt opgebouwd. Nog niet alles staat helemaal vast, vooral voor figuranten”, legt hij uit.

Emotie overbrengen
Ook zijn er in het stuk geen specifieke rollen voor de figuranten. “We bepalen wel wat iedereen doet, maar we handelen vooral als groep,” legt Jesse uit. Het publiek moet een groep zien, waarbij het gaat om de emotie die wordt overgebracht, niet om woorden. “Wel zijn er reacties die we geven. Soms reageren we enthousiast of teleurgesteld. Daar zitten geluiden of een paar woorden bij.”
“Momenteel repeteren we alleen met de figuranten, dus zonder de cast. Het is erg gezellig”, zegt Jesse. Het is wel wennen om met andere figuranten samen te werken, omdat de groep divers is. “Qua leeftijd lopen we erg uiteen”, vertelt Jesse. “Het is mooi om te zien hoe we met zo’n diverse groep alsnog een scène één geheel kunnen maken.”
‘Meer een droom dan ambitie’
Een grotere rol in een andere musical ziet Jesse wel zitten. “Het is de vraag hoe haalbaar zoiets is. Als ik een grote rol zou willen, zou ik naar een theaterschool moeten. Het is iets waar ik wel over nadenk.” Hij zou het graag willen, maar ziet het niet snel gebeuren. “Ik zie het meer als een droom dan een ambitie”, zegt Jesse.
In januari 2026 begint de speelperiode van Willem van Oranje – de musical. “Ik kijk er vooral naar uit om op het toneel alles bij elkaar te brengen”, zegt Jesse. “Over een aantal weken gaan we al met de cast en het ensemble erbij repeteren, maar met een volle zaal gaat het nog completer voelen.”