Delft trekt weer bijna net zoveel bezoekers als vóór de coronapandemie. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van het Nederlands Bureau voor Toerisme en Congressen (NBTC). In 2025 kwamen ruim 900.000 Nederlandse dagjesmensen naar de stad, waarmee Delft in de buurt komt van recordjaar 2019.

De bezoekerseconomie is een belangrijke sector voor Delft. Jaarlijks levert het de stad honderden miljoenen euro’s op en zorgt voor werkgelegenheid voor duizenden mensen.
In 2025 gaven bezoekers tijdens hun bezoek meer geld uit dan een jaar eerder. Gemiddeld besteedden zij €51,30. Dat is een stijging van 7% ten opzichte van 2024.
Hoge opbrengst
Volgens het onderzoek doet Delft het economisch beter dan andere vergelijkbare steden in de regio. De totale opbrengst uit dagbezoek komt uit op ongeveer 185 miljoen euro. Daarmee scoort Delft hoger dan de Zuid-Hollandse steden Dordrecht (176 miljoen euro), Leiden (154 miljoen euro), Gouda (73 miljoen euro) en Schiedam (55 miljoen euro).
Regionaal en internationaal
Mensen die Delft bezochten, kwamen relatief vaak terug. Gemiddeld bezochten dagjesmensen de stad vier keer in een jaar tijd. Het grootste deel van de bezoekers (68 procent) komt uit Zuid-Holland. Daarbovenop komt een derde van het totale aantal bezoekers uit het buitenland.
Veel met de fiets
Opvallend is dat bijna een kwart van de bezoekers met de fiets naar Delft reisde. De stad scoort daarmee hoger dan andere onderzochte steden.
Wethouder Maaike Zwart (Toerisme, Economie, Duurzaamheid) zegt tegen Delft Marketing dat het geen toeval is. “In Delft investeren we in een aantrekkelijke, goed bereikbare en leefbare stad voor bewoners en bezoekers. Met goede voorzieningen die duurzame keuzes stimuleren.”