In aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart gaat Omroep Delft in gesprek met de lijsttrekkers van de lokale partijen. Op woensdag 4 maart was Brendan Analikwu van D66 te gast. In radioprogramma Delft Centraal deelde hij zijn visie op thema’s als wonen, inclusie, veiligheid, gezondheid en cultuur.

“Vijftig procent sociale huurwoningen bouwen is gewoon niet haalbaar”, zegt D66-lijsttrekker Brendan Analikwu in het interview. Daarmee opent hij de aanval op huidige coalitiegenoot GroenLinks-PvdA, die deze wens in hun verkiezingsprogramma heeft staan.
Analikwu wijst erop dat er in de coalitie is afgesproken te zorgen dat minimaal 33 procent van de huizen in Delft een sociale huurwoning is, maar dat dit nu al niet lukt in de praktijk. “We moeten geen dingen beloven die niet kunnen.”
In plaats van meer sociale huurwoningen, wil Analikwu dat er in Delft woningen bij komen in het middensegment. Dat is volgens hem beter uitvoerbaar én brengt de doorstroming op gang, waardoor sociale huurwoningen ook vrijkomen.
Woningen splitsen
Daarnaast ziet hij dat er ook kansen zijn om beter gebruik te maken van bestaande woningen, om Delftenaren aan een woning te helpen. Hij zoomt in op de wijk Tanthof: “Terwijl de stad groeit, wordt de bevolking van deze wijk kleiner.” Dat heeft er volgens hem onder andere mee te maken dat daar oudere mensen in grote gezinswoningen wonen, terwijl de kinderen uit huis zijn.
“Maar mensen willen vaak wel in hun eigen buurt of zelfs hun eigen huis blijven wonen”, ziet de D66’er. Tegen hen zeggen dat ze naar een appartement aan de andere kant van de stad moeten, is volgens Analikwu daarom geen passende oplossing.
In deze situatie wil hij een andere oplossing mogelijk maken: de senior blijft op de benedenverdieping wonen – eventueel met een uitbouw om genoeg oppervlak te behouden. De bovenverdieping krijgt een eigen voordeur en wordt verkocht als een woning voor bijvoorbeeld een jong gezin.
De landelijke afdeling van D66 werkt aan mogelijkheden om zulke vormen van woningen splitsen betaalbaar te maken, zegt Analikwu. Lokaal wil hij het in de praktijk mogelijk maken.
Bij de gemeenteraadsverkiezingen in maart is Brendan Analikwu lijsttrekker van D66. Als 27-jarige is hij al op jonge leeftijd het gezicht van een van de grote partijen in Delft.
Analikwu werd geboren in Den Haag en kwam acht jaar geleden als student naar Delft. Inmiddels werkt hij bij research-instituut TNO als onderzoeker Artificial intelligence (AI).
Sinds 2022 is hij politiek actief in Delft. Binnen de partij maakte hij een snelle opmars. Hij begon als commissielid en werd al snel raadslid. Sinds november 2025 is hij de fractievoorzitter van zijn partij.
Groentetas
Analikwu wil niet alleen dat het in Delft mogelijk is een huis te vinden, maar ook dat het prettig is in Delft te wonen. “Delft moet een goede plek zijn om op te groeien”, zegt hij.
Hij heeft een aantal ideeën over hoe dit gerealiseerd kan worden. Zo komt zijn partij met de Baby Groente Tas. ‘Een van mijn favoriete maatregelen’, noemt Analikwu dit plan. Het idee is dat ouders van een baby een tas met groenten kunnen krijgen vanuit de gemeente om het kindje gezonde voeding te geven.
“Hoe vaker baby’s verse groenten proeven, hoe meer ze het later eten”, zegt Analikwu. Zo wil hij toewerken naar ‘de gezondste generatie Delftenaren’.
School en schone lucht
Met alleen een groentetas is een goed leven in Delft natuurlijk niet verzekerd. Hij wijst dan ook op andere dingen die de gemeente moet doen. Zo zegt Analikwu – als lijsttrekker van ‘de onderwijspartij’ D66 – dat er gezorgd moet worden voor goede schoolgebouwen in Delft.
Ook wijst hij erop dat de lucht in Delft schoner moet. De lijsttrekker wijst op onderzoeken waaruit blijkt dat Delft in de top drie zit van plekken met de vuilste lucht van Nederland. Wat Analikwu betreft gaan ook hier maatregelen tegen worden genomen.
Bespuugd
Analikwu benadrukt tenslotte dat het belangrijk is dat mensen in Delft veilig zijn en zich veilig voelen. Hij pleit onder meer voor een meldpunt voor onveilige plekken. Wat hem betreft kan de gemeente aan de hand van zo’n meldpunt veel doen om voor een veiliger gevoel te zorgen, al is het simpelweg door te zorgen voor betere verlichting.
Ook vindt hij dat de gemeente LHBTIQ+ organisaties als de Delftse Werkgroep Homoseksualiteit (DWH) en politienetwerk Roze in Blauw moet ondersteunen. Hij wil daarmee bevorderen dat Delft voor iedereen een veilige stad is. Hij vertelt dat hijzelf enige tijd geleden met zijn partner hand in hand door Delft wandelde en werd bespuugd. “Dan voel je je onveilig in je eigen stad.”
Tegelijk geeft hij aan dat het belangrijk is je niet te laten intimideren: “Op dat soort momenten denk ik ook aan anderen die dit overkomt. Iedereen moet zichtbaar zichzelf kunnen zijn.”
Volgende keer
Op maandag 9 maart schuift de volgende -en laatste- lijsttrekker aan bij Delft Centraal. Tussen 11.00 uur en 12.00 uur is Rinske Wessels van GroenLinks-PvdA in de studio.