Delftenaar Eric Bremer verrast met koninklijke onderscheiding: ‘Stond gewoon in mijn T-shirt’

Amber Dresken Amber Dresken

Eric Bremer is benoemd tot Lid in de Orde van Oranje-Nassau als erkenning voor zijn jarenlange inzet voor de Joodse gemeenschap in Delft. De onderscheiding werd hem opgespeld door locoburgemeester Joëlle Gooijer.

Eric Bremer na het ontvangst van het lintje | Foto: J. Rill

Een normale zaterdagochtenddienst in de synagoge aan de Koornmarkt, althans dat stond op de agenda voor Bremer. “Wij sluiten die diensten altijd af met samen praten en eten. Dat was die dag ook mijn verwachting”, vertelt hij in het radioprogramma Delft Centraal van Omroep Delft.

Lintje op een T-shirt
Totdat er onverwacht bekende gezichten binnenkwamen, onder wie oud-burgemeester Marja van Bijsterveldt. “Toen locoburgemeester Joëlle Gooijer naar voren liep en ik naar het podium werd geduwd, wist ik: er is iets bijzonders aan de hand.” Eric Bremer werd benoemd tot Lid in de Orde van Oranje-Nassau als erkenning voor zijn jarenlange inzet voor de Joodse gemeenschap in Delft.

Dat hij tijdens de uitreiking niet eens een colbert droeg, typeert volgens hem de onverwachtheid van het moment. “Normaal spelden ze zo’n lintje op een jasje. Ik stond er gewoon in mijn T-shirt”, vertelt Bremer. “Dat maakt het misschien juist wel mooier.”

Negen jaar voorzitterschap
De onderscheiding markeert het einde van Bremers voorzitterschap van de Open Joodse Gemeente Klal Yisraël. Een rol die hij negen jaar vervulde. Daarnaast was hij sinds 2011 voorzitter van de Stichting Behoud Synagoge Delft en had hij diverse bestuursfuncties binnen Joods Nederland.

Ook was Bremer betrokken bij de totstandkoming van een monument bij het Nationaal Holocaust Museum in Amsterdam, ter ere van Nederlanders die Joden hielpen tijdens de Tweede Wereldoorlog.

De synagoge aan de Koornmarkt | Foto: Omroep Delft

Voorlichting op scholen
Naast zijn bestuurlijke werk zet Bremer zich in voor educatie. Hij geeft voorlichting over het jodendom op scholen in Delft, met als doel kennis te vergroten en begrip te stimuleren.

Met de recente wereldwijde ontwikkelingen en spanningen, is dat volgens Bremer hard nodig. “Vroeger stonden de deuren van onze synagoge tijdens diensten open. Mensen liepen langs, hoorden het gezang en kwamen nieuwsgierig binnen. Dat leverde vaak mooie gesprekken op.”

Veranderde tijden
Die openheid veranderde vanaf 2014, toen vier mensen werden gedood in het Joods Museum in Brussel en de veiligheidssituatie voor Joodse instellingen veranderde. “Vanaf dat moment mochten we de deuren niet meer openhouden en kwamen er allerlei beveiligingsmaatregelen”, legt Bremer uit.

Ook op kleine schaal is er volgens de Delftenaar het een en ander veranderd. “Ik ken mensen die hun menorah – onze kenmerkende Joodse kandelaar – niet langer zichtbaar in de vensterbank zetten, maar een plek hebben gegeven in de boekenkast.”

“We hebben te maken met bedreigingen en beledigingen. Dat heeft in de afgelopen jaren, zeker voor mij ook als voorzitter, een hoop onrust en stress meegebracht.”

‘Een bijzondere ervaring’
Ondanks zijn zorgen kijkt Bremer met trots terug op zijn jarenlange inzet en op de erkenning die hij daarvoor kreeg. “Het was een fantastisch afscheid, met toespraken en cadeaus. De koninklijke onderscheiding was echt een heel bijzondere extra verrassing.”

Zie ook:
Delftse kinderarts Matthijs de Hoog koninklijk onderscheiden: ‘Complete verrassing’

Advertentie Delft Buisiness Banner 3
Advertentie Tu delft breed
LIVE