Alexander Pechtold is deze maand exact een jaar burgemeester van Delft. In een interview met Omroep Delft blikt hij terug op zijn eerste jaar in de Prinsenstad. Van ontmoetingen met Delftenaren tot zijn veelbesproken televisieoptredens. Ook kijkt de burgemeester terug op zijn waarschuwing om niet alleen op de fiets te stappen na berichtgeving over geweld tegen vrouwen in de Delftse Hout. “Ik zou exact hetzelfde doen, zonder twijfel.”
“De teller loopt”, zegt burgemeester Pechtold aan het begin van het interview met zijn typerende, grinnikende lach. Een dag voor het gesprek werd een ontmoeting met de burgemeester voor vijfhonderd euro geveild voor een nieuw cultuurpodium in de binnenstad. Vooraf dacht de organisatie van de veiling dat het honderd euro zou opleveren. “Dat vond ik al heel wat”, zegt de burgemeester op een bescheiden toon.
‘Kan ook in bed liggen’
Een imago van bescheidenheid heeft de Delftse burgemeester niet. Hij was voor zijn burgemeesterschap al lang een regelrechte BN’er en is gewend aan de schijnwerpers. Ook nu zit hij nog regelmatig aan een van de vele talkshowtafels die de Nederlandse tv te bieden heeft. Zo was hij woensdag 16 september nog te gast bij Pauw & De Wit.
De burgemeester is zich maar al te bewust van de kritiek die het oplevert: het gevoel van ‘daar heb je hem weer’. Maar hij zit er niet voor niets: “Als ik op landelijke tv ben, neem ik Delft altijd mee.” Zo wil hij de Prinsenstad positief onder de aandacht brengen.
Daarnaast wijst hij erop dat hij in zijn eigen tijd deze televisieoptredens doet: “Ik kan om 23.00 uur in bed liggen óf bij een talkshow zitten.” Met dat laatste bereikt Pechtold wat hem betreft meer.
‘Hele oncologieafdeling komt voorbij’
Dat neemt niet weg dat een hoop mensen – ‘toetsenbordridders’ noemt Pechtold ze – hem het slechtste toewensen. Online wordt hij voor van alles uitgemaakt en op iedere mogelijke manier uitgescholden. “De hele oncologieafdeling komt voorbij”, observeert hij zelf.
Naar eigen zeggen leest hij de commentaren doorgaans niet. Wel ziet hij soms ingezonden brieven in de Delft op Zondag-krant. “Soms vind ik een telefoonnummer van een inzender en dan bel ik diegene op”, vertelt hij. “Als je een mening over me hebt, ook als het heel negatief is, mag dat. Maar ik vind het leuk als ik de kans krijg in persoonlijk gesprek te laten zien dat ik meer ben dan een grote ‘tegenstander’.”
Geweld tegen vrouwen
Kritiek kwam er de afgelopen tijd ook op Pechtolds reactie op de reeks van geweldsincidenten tegen vrouwen in de Delftse Hout. Van sociale media tot schriftelijke vragen in de politiek: verschillende mensen lieten horen dat ze niet blij waren met de oproep van de burgemeester om ’s avonds niet alleen op de fiets te stappen. Niet vrouwelijke slachtoffers, maar mannelijke daders moeten aangesproken worden, vinden critici.
Pechtold zegt echter dat hij achter zijn keuze blijft staan en ‘zonder twijfel’ hetzelfde zou doen, als hij een herkansing zou krijgen. Hij vindt ook dat daders aanpakken van belang is, maar zegt ook: “Ik kan zeggen dat inbreken niet mag, maar mensen doen het toch.”
Wat de burgemeester betreft is het dan ook een illusie om te denken dat de overheid incidenten zoals in de Delftse Hout kan uitbannen. Daarom koos hij ervoor om mensen te waarschuwen. Hij vergelijkt zijn uitspraken dan ook met overheidscampagnes die wijzen op het gevaar van nepagenten.
Schijnveiligheid
Maar had de burgemeester dan niet eerder met maatregelen kunnen komen? In juli al werden twee vrouwen met geweld aangerand en in september werden weer twee vrouwen aangevallen.
Hoe tragisch dit ook is, de burgemeester blijft staan achter de gemaakte keuzes. Hij legt uit dat de politie zeker wel met de situatie bezig was, maar dat daarover niet altijd openlijk kan worden gecommuniceerd. De suggestie dat er op de locaties in de Delftse Hout cameratoezicht zou moeten zijn, wijst hij af.
“Deze omgeving kan niet worden afgedekt met camera’s.” Dan toch doen alsof er een oplossing is met cameratoezicht zou wat hem betreft ‘schijnveiligheid’ opleveren.
Op de fiets langs de daklozenopvang
Dat deze situatie zich juist aftekende in de Delftse Hout sluit aan bij iets wat Pechtold naar eigen zeggen snel zag, nadat hij begon als burgemeester. Veel aandacht is er vanuit de gemeente voor de Binnenstad en Delft-West, maar minder voor andere wijken.
Juist daarom wilde hij ook daar kennismaken en ging op werkbezoek in verschillende delen van de stad. Zo werden er al verschillende basisscholen, sportplekken en -verenigingen bezocht door Pechtold. Ook de daklozenopvang in de binnenstad ontving de burgemeester. Later ging hij er ook op de fiets langs en dat doet hij inmiddels af en toe. “Ik ken sommige mensen daar nu bij naam”, vertelt hij.
Het zijn volgens Pechtold juist die informele momenten die hem helpen om de stad beter te leren kennen. Zijn bekendheid maakt het contact met Delftenaren volgens hem bovendien bijzonder. Veel mensen denken hem al te kennen voordat ze hem daadwerkelijk hebben gesproken, alhoewel het beeld van hem ‘niet altijd strookt met de werkelijkheid’.
Aangesproken in de supermarkt
Ook buiten zijn werkbezoeken wordt hij naar eigen zeggen regelmatig aangesproken, bijvoorbeeld op straat of in de supermarkt. Hij nodigt mensen ook uit om met hem in gesprek te gaan. “Als ik spontane ontmoetingen niet leuk zou vinden, zou ik dit werk niet moeten doen.”
Daarmee is vijfhonderd euro voor een ontmoeting met Pechtold wel vrij duur betaald.