Tweede Kamerlid Ines Kostić (Partij voor de Dieren) heeft schriftelijke vragen gesteld aan de minister van Justitie en Veiligheid in verband met eerdere uitspraken van burgemeester Pechtold over het landelijke vuurwerkverbod. Begin juli zei hij tegen de Volkskrant dat er wat hem betreft ‘veel kan’ als mensen ondanks het verbod toch vuurwerk willen afsteken.

Later verduidelijkte Pechtold dat het zijn bedoeling was een ‘realistich beeld’ te schetsen van de handhaving van het afsteekverbod.
Dat schreef de burgemeester in reactie op vragen van de lokale fractie van de Partij voor de Dieren. De landelijke fractie van de partij maakt zich nu ook zorgen over de uitspraken van de Delftse burgemeester. In schriftelijke vragen aan de minister David van Weel van Justitie en Veiligheid stelt Kamerlid Kostić dat de burgemeester hiermee ‘de wet ondermijnt’.
‘Norm is vager’
Net als de Delftse afdeling van de PvdD vreest het Kamerlid dat handhavers en politie niet meer serieus zullen worden genomen door de woorden van de burgemeester.
Daarbij voorziet ze dat de woorden van Pechtold ook in buurgemeenten tot problemen kunnen leiden. Ze stelt dat ‘de norm vager is doordat de burgemeester van Delft zegt dat in Delft wel “wat vuurwerk” afgestoken kan worden’.
“Deelt u de vrees dat de uitspraken van burgemeester Pechtold andere burgemeesters kunnen aanmoedigen om het vuurwerkverbod eveneens minder streng te handhaven?”, vraagt ze onder meer aan de minister.
‘Realistisch beeld’
Eerder vroeg lokale fractievoorzitter van de PvdD Marianne Zinkweg of Pechtold zijn uitspraken terug wilde nemen. Dit weigerde hij. Wat hem betreft schetste hij simpelweg een ‘realistisch beeld’ van hoe de vuurwerkhandhaving eruit zou zien.
Daarbij verzekerde Pechtold wel dat het vuurwerkverbod gewoon zal worden gehandhaafd in Delft. Dit ondanks dat hij zorgen houdt over de uitvoerbaarheid van deze wet.
Gesprek met minister?
Ondertussen wil Kostić weten of de minister contact heeft gehad met Pechtold over zijn uitspraken. Als dat niet het geval is, hoopt zij dat de minister alsnog het gesprek aangaat ‘met het doel om te zorgen dat de nieuwe norm bij alle burgers duidelijk landt’. Of de minister dat ziet zitten, zal later blijken.