Zonder coalitie is succes zeldzaam: Delftse oppositie ziet meeste voorstellen stranden

Joey Hut Joey Hut

De coalitiepartijen in de Delftse gemeenteraad beloofden na de verkiezingen meer ruimte te bieden voor plannen van de oppositie. Verschillende oppositiepartijen zijn er sceptisch over. Uit cijfers blijkt dat een coalitiepartij betrekken bij de plannen dé manier is om iets gedaan te krijgen als oppositie.

Welke partijnaam er onder een motie staat blijkt erg bepalend in de Delftse gemeenteraad | Foto: Omroep Delft

Een belangrijke manier om invloed uit te oefenen in de gemeenteraad is het indienen van moties. Partijen kunnen hiermee een opdracht geven aan burgemeester en wethouders (B&W), of bijvoorbeeld hun beleid afkeuren. Raadsledenkunnen zelf een motie schrijven, maar vaak kiezen ze ervoor gezamenlijk een motie in te dienen.

Van het zomerreces van 2024 tot die van 2026 brachten oppositiepartijen 164 moties in stemming zonder coalitiepartij. Slechts vijftien keer kregen ze hiermee een meerderheid. Wanneer er minimaal één coalitiepartij op de motie stond, werden 77 van de 81 aangenomen.

Dat plannen van oppositiepartijen zelden een meerderheid halen als er geen steun is van (een deel van) de coalitie, leidt nogal eens tot irritatie. De coalitiepartijen – momenteel Pro, D66 en STIP – én de door hen geleverde wethouders krijgen het verwijt vanuit een ivoren toren over de stad te regeren.

Om dit te onderstrepen zette Hart voor Delft-raadslid Lisette de Jongh Swemer bij de laatste gemeenteraadsvergadering voor het zomerreces de ‘oogkleppen van de wethouder’ op. Hiermee beeldde ze uit dat de bestuurders alleen oog hebben voor hun eigen doelen.

De Jongh Swemer met de ‘oogkleppen van de wethouder’ | Foto: Hart voor Delft

Dat deze klacht komt van een raadslid van Hart voor Delft is niet verrassend. De partij was (mede-)indiener van maar liefst 102 moties waarover werd gestemd sinds de zomer van 2024. Dat is het meest van alle partijen in Delft. Maar slechts 28,4 procent hiervan was een succes.

Tegelijkertijd hebben alle coalitiepartijen een slagingspercentage van boven de 90 procent. GroenLinks, dat na de verkiezingen van maart 2026 samen met de PvdA is verdergegaan als Pro, zag zelfs al haar ruim veertig moties goedgekeurd worden.

Succes in samenwerking
Tegelijkertijd laten cijfers zien dat de grootste politieke successen de afgelopen twee jaar ontstonden wanneer de coalitie en de oppositie samen optrokken. 92 moties werden in deze periode aangenomen. Hiervan waren 62 het resultaat van samenwerkingen tussen coalitie en oppositie.

Een deel van de oppositie toonde de afgelopen twee jaar dat samenwerking leidt tot succes. De relatief kleine partij Volt heeft op STIP na de meeste moties tot een succesvol einde gebracht. Waar veel oppositiepartijen meer dan de helft van hun moties zien sneuvelen, haalde ruim 80 procent van de moties die Volt (mede-)indiende een meerderheid.

Een verklaring voor dit succes van Volt is dat deze partij relatief makkelijk samenwerkt met de coalitie. Volt wil vaak hetzelfde bereiken als partijen als D66 en STIP. Zo zei fractievoorzitter Dianne Elsinga na afgelopen gemeenteraadsverkiezingen,‘in grote lijnen’ achter het coalitieakkoord van Pro, D66 en STIP te staan.

Ook liet Volt de afgelopen jaren zien graag een rol te spelen bij het opzetten van brede samenwerkingen. Het CDA pakte eveneens met regelmaat een rol als verbinder tussen de linkse coalitie en de rechtse partijen in de oppositie. De Christendemocraten zagen hierdoor tweederde deel van hun moties in een succes eindigen, na Volt het hoogste percentage onder oppositiepartijen.

Ondanks deze successen is het opvallend dat moties die (mede-)afkomstig zijn van de coalitie veel vaker slagen. Zo werden slechts vier moties weggestemd van van minstens één coalitiepartij. Zonder coalitiepartij sneuvelden er 149.

Dat steun van tenminste een deel van de coalitie belangrijk is, is niet gek. Gezamenlijk hebben deze partijen immers de meerderheid in de gemeenteraad. Daarom is een vergelijkbaar patroon terug te zien in andere gemeenten.

Extremer dan elders
Zo publiceerde de gemeente Utrecht eerder dit jaar een ‘monitor’ over haar gemeenteraad in de periode van 2022 tot en met 2026. Daaruit kwam naar voren dat 19 procent van de moties van enkel oppositiepartijen werd aangenomen. In Utrecht slaagde 77 procent van de moties waar ook minimaal één coalitiepartij op stond.

RTV Maastricht schreef in 2025 eveneens dat 19 procent van de oppositie-moties het haalt. Daar kreeg 81 procent van de voorstellen waar de coalitie bij betrokken was een meerderheid.

In Delft zien we hetzelfde patroon, maar extremer. Hier haalde 9 procent van de moties die alleen van de oppositie kwamen een meerderheid. Wanneer er een coalitiepartij betrokken was, steeg het slagingspercentage naar 95 procent.

De cijfers laten zien dat steun van de coalitie ook in andere gemeenten vaak bepalend is voor het succes van een motie. Tegelijkertijd lijkt het verschil tussen moties mét en zonder coalitiesteun in Delft groter dan in andere gemeenten. Of de belofte van de nieuwe coalitie om meer ruimte te geven aan de oppositie daadwerkelijk tot andere verhoudingen leidt, zal de komende jaren moeten blijken.

Verantwoording
De cijfers in dit stuk zijn gebaseerd op een analyse door Omroep Delft van moties die sinds het zomerreces van 2024 zijn ingediend in de Delftse gemeenteraad. De gegevens zijn afkomstig uit het Raadsinformatiesysteem van de gemeenteraad.

Gegeven aantallen en percentages zijn gebaseerd op moties die in stemming zijn gebracht. Een deel van de moties werd voor het stemmen ingetrokken door indienende partijen. Dit gebeurde 61 keer. Moties kunnen om verschillende redenen worden ingetrokken, bijvoorbeeld omdat een wethouder toezegt deze (deels) uit te voeren of omdat de indienende partij al aan ziet komen geen succes te kunnen behalen.

Advertentie Sporten in Delft — Desktop
Advertentie Omroep Delft banner liggend
LIVE