Woningzoekenden die in 2026 in Delft een sociale huurwoning kregen, stonden doorgaans zeven jaar en twee maanden ingeschreven. Ongeveer 48.000 huishoudens zoeken zo’n woning, terwijl er jaarlijks circa duizend vrijkomen. De slaagkans bedraagt daardoor 2,2 procent, blijkt uit gegevens van de gemeente Delft.

Daarmee wordt het steeds lastiger om een sociale huurwoning te vinden in Delft. In 2021 was de kans op zo’n woning nog 3,5 procent. In die tijd duurde het gemiddeld vijf jaar en vier maanden vanaf het moment van inschrijven tot het vinden van een huis. Daar is de afgelopen tijd dus een kleine twee jaar bovenop gekomen.
De lange wachttijd in Delft is niet uniek. De NOS berichtte in 2021 al dat een kwart van de gemeenten met wachttijden van meer dan zeven jaar kampte. Nu heeft Delft de twijfelachtige eer onderdeel te worden van de lijst van steden waar het zo lang duurt.
Meer huizen nodig
Ondertussen zijn er dus 48.000 huishoudens op zoek naar een woning in Delft. Hiervan zijn ruim 6.500 afkomstig uit Delft. Deze mensen komen in aanmerking voor circa duizend woningen die per jaar vrijkomen.
Terwijl het aantal mensen dat een woning zoekt toeneemt, is het aantal woningen dat vrijkomt al enkele jaren stabiel rond de duizend. Om de wachttijden wat omlaag te krijgen, is het daarom nodig te zorgen dat er meer huizen beschikbaar worden.
Een woning komt vrij wanneer huidige bewoners eruit verhuizen, of wanneer deze na bouw of renovatie wordt opgeleverd. Mensen dwingen te verhuizen gaat moeilijk, dus de belangrijkste manier waarop de gemeente en woningbouwverenigingen de wachttijd kunnen aanpakken, is door het bouwen van meer sociale woningen.
Sociaal bouwen lukt niet genoeg
Maar het bouwen van sociale huurwoningen blijkt in de praktijk een uitdaging. Het vorige stadsbestuur had het doel te zorgen dat eenderde deel van de huizen in Delft een sociale huurwoning is, zonder studentenwoningen als sociaal te tellen. Als studentenhuizen worden meegeteld zou het makkelijk zijn dit doel te behalen, maar zou de ‘gewone Delftenaar’ niet gemakkelijk een woning vinden.
Het doel om het aandeel sociale huurwoningen op peil te houden is overgenomen door het nieuwe college van burgemeester en wethouders. De doelen ten spijt is het aandeel van deze woningen teruggezakt tot 32 procent, een procentpunt minder dan beoogd. En in de nieuwbouwplannen van de gemeente is slechts 28 procent sociaal. In 2025 werd zelfs geen enkele sociale huurwoning opgeleverd.
Actieplan
Het nieuwe stadsbestuur zag dit probleem al aankomen. Bij het coalitieakkoord dat in juni werd gepresenteerd, kwamen de nieuwe wethouders met het zogeheten Actieplan Betaalbaar Wonen. Doel hiervan is snel 2.000 nieuwe woningen bouwen, waarvan de helft sociaal moet zijn. Hieraan willen coalitiepartijen Pro, D66 en STIP 20 miljoen euro besteden.
Vanuit de oppositie werden meteen vraagtekens gezet bij deze plannen. Volt-fractievoorzitter Dianne Elsinga reageerde dat uitdagingen als netcongestie en personeelstekorten ‘niet meteen zijn opgelost met een zak geld’. Aangezien de problemen op de woningmarkt de afgelopen jaren ook niet werden opgelost, vroeg CDA-fractievoorzitter Frank Visser zich af: “Wat maakt dat de ambities nu wél gerealiseerd worden?”
Wat er van het Actieplan terechtkomt, zal de komende tijd moeten blijken. Voor de woningzoekenden in Delft is het hopen dat er licht is aan het einde van de wachtrij.