De rechtbank in Rotterdam heeft een man uit Delft veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3 jaar voor de verkrachting van een vrouw. Het slachtoffer uit Dordrecht leeft een jaar later nog voortdurend in angst.

De man en het slachtoffer (2007) uit Dordrecht hadden elkaar leren kennen via TikTok en hielden daarna contact via Snapchat. Ze spraken af om elkaar te ontmoeten en samen lachgas te gebruiken. De jongen (2003) haalde haar ’s avonds op met zijn auto en reed naar een afgelegen parkeerplaats in Dordrecht.
Nadat de jongen haar had gezoend, gaf het slachtoffer volgens de rechtbank duidelijk aan geen verder fysiek contact te willen. Hij ging desondanks door en verkrachtte de vrouw.
Dreigende uitspraken
De man uit Delft maakte daarbij dreigende uitspraken, waaronder: “Je bent van mij, je komt niet meer van mij af.” Ook zou hij hebben gedreigd video’s van het slachtoffer in de auto openbaar te maken als zij naar de politie zou gaan. Later wilde hij voor het verwijderen van de beelden een geldbedrag.
De veroordeelde stelde tijdens de rechtszaak dat de handelingen in de auto met wederzijdse toestemming hadden plaatsgevonden. Ook verklaarde hij dat zijn berichten over de video’s alleen bedoeld waren om 70 euro terug te krijgen voor de lachgastank. De rechtbank vindt die uitleg ongeloofwaardig.
Dwang, geweld en bedreiging
De rechters benadrukken dat het misdrijf een grote impact heeft gehad op het slachtoffer. Uit haar slachtofferverklaring blijkt dat ze voortdurend in angst leeft, nog veel verdriet heeft en in het dagelijks leven erg alert is. Ook rekent de rechtbank het de man zwaar aan dat hij het slachtoffer na afloop bleef bedreigen met het openbaar maken van de video’s.
Volgens de rechtbank vindt de verklaring van het slachtoffer op belangrijke punten steun in andere bewijsmiddelen. De rechters concluderen daarom dat de vrouw geen toestemming gaf voor het contact en dat dit voor de veroordeelde duidelijk moet zijn geweest. Daarnaast staat volgens de rechtbank vast dat hij dwang, geweld en bedreiging heeft gebruikt tegen de vrouw.
De verdachte heeft geen verantwoordelijkheid genomen voor zijn handelen. Ook heeft hij de gevolgen voor het slachtoffer volledig ondergeschikt gemaakt aan zijn eigen seksuele behoeftes. Zo stellen de rechters.
Gevangenisstraf
De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk. De rechtbank legt een hogere straf op: 36 maanden cel, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar.
Aan de proeftijd zijn voorwaarden verbonden. Zo moet de veroordeelde zich melden bij de reclassering, mag hij geen contact opnemen met het slachtoffer, geldt een gebiedsverbod rondom de woning van het slachtoffer en moet hij zich inspannen voor werk of een andere vorm van dagbesteding. Deze voorwaarden gaan direct in, ook als de man in hoger beroep gaat.
Naast de gevangenisstraf moet de veroordeelde het slachtoffer een schadevergoeding van 7.000 euro betalen.