Proost! Zo werd Delft in de tijd van Willem van Oranje dé bierstad van Holland

Joey Hut Joey Hut

Wie aan Delft denkt, denkt waarschijnlijk aan Vermeer, Delfts Blauw of de TU Delft. Toch stond de stad eeuwenlang vooral bekend om iets heel anders: bier. Op Internationale Bierdag blikt Omroep Delft terug op de tijd waarin Delft uitgroeide tot een van de belangrijkste biersteden van Holland.

Aan de Koornmarkt was brouwerij De Hantbooch gevestigd | Foto: Stadsachief Delft / Adolfo Félix via Unsplash

Wie nu door de Delftse binnenstad loopt, ziet vooral terrassen en cafés. Vijf eeuwen geleden stonden er verspreid door de stad ongeveer tweehonderd brouwerijen. Daarmee was Delft het grootste brouwcentrum van Holland. Dagelijks verlieten grote hoeveelheden bier via de Delftse grachten de stad, wat veel geld opleverde.

De oudst bekende Delftse brouwerij dateert zelfs uit 1210. In de eeuwen daarna groeide de bierindustrie uit tot een economische pijler, die werk bood aan brouwers, kuipers, schippers, turfhandelaren en bierdragers.

Bier was dagelijkse kost
Bier was in de middeleeuwen veel meer dan een drankje voor in de kroeg. Omdat schoon drinkwater niet altijd beschikbaar was, dronken veel mensen dagelijks zwak bier. Dat bevatte weinig alcohol en hoorde simpelweg bij het normale voedingspatroon.

Volgens historici werd rond 1500 jaarlijks honderden liters bier per inwoner gedronken. Frisdrank, koffie en thee bestonden immers nog niet als alledaagse alternatieven. En in Delft werd veel van dat bier geproduceerd. Zo stikte het aan de Koornmarkt van de brouwerijen. Het pand op nummer 81 was bijvoorbeeld brouwerij De Hantbooch.

Delft lag temidden van belangrijke vaarwegen | Beeld: Gravure van Joan Blaeu via Stadsarchief Delft

Waarom juist Delft?
Dat Delft uitgroeide tot bierstad was geen toeval. De stad lag gunstig aan belangrijke vaarverbindingen, waardoor graan, hop en andere grondstoffen gemakkelijk konden worden aangevoerd en het bier eenvoudig kon worden geëxporteerd. Tegelijkertijd stond het Delftse bier bekend om zijn kwaliteit. Historici schrijven die onder meer toe aan het water waarmee het werd gebrouwen.

Ook het stadsbestuur speelde een rol. In de vijftiende eeuw kregen grotere brouwerijen steeds meer ruimte om op grote schaal te produceren. Daardoor kon Delft goedkoper brouwen dan veel concurrerende steden en groeide de stad rond 1550 uit tot het belangrijkste brouwcentrum van Holland. Daarmee kunnen we ons wellicht voorstellen waarom Willem van Oranje er tijdens de Opstand voor koos naar Delft te komen.

De biergeschiedenis is nog altijd zichtbaar
Hoewel de brouwerijen grotendeels verdwenen zijn, zijn er nog verschillende sporen van die geschiedenis terug te vinden in de binnenstad.

Aan de Brabantse Turfmarkt werd brandstof voor brouwerijen verhandeld | Foto: Omroep Delft

Een bekend voorbeeld is de Brabantse Turfmarkt. Die straat dankt haar naam aan de enorme hoeveelheden turf die vanuit Brabant naar Delft werden verscheept. Turf was de belangrijkste brandstof voor de brouwketels. De lokale aanvoer was onvoldoende voor de honderden brouwerijen, waardoor schepen uit Brabant af en aan voeren om de stad van brandstof te voorzien.

Ook op andere plekken leeft de biergeschiedenis voort. Onder het huidige Delfts Brouwhuis werden tijdens werkzaamheden resten van een middeleeuwse bierkelder gevonden. Daarmee is letterlijk een stukje van de oude Delftse bierindustrie bewaard gebleven.

Daarnaast zijn er enkele straten die terugverwijzen naar Delfts relatie met bier, zoals de Hopstraat in de binnenstad en de Brouwersstraat in Westerkwartier.

Advertentie Tu delft breed
Advertentie Delft Buisiness Banner 1
LIVE