Een in 2001 geboren man is veroordeeld voor het vanuit Delft voorbereiden van de productie van harddrugs, bedoeld voor internationale handel. In hoger beroep komt de straf uit op 1133 dagen cel. Dit valt lager uit dan bij de rechtbank, vanwege procesafspraken tussen het Openbaar Ministerie en de verdediging.

De zaak draaide om voorbereidingshandelingen voor de handel in en productie van onder meer de harddrugs methamfetamine en MDMA. Volgens het hof maakte de verdachte tussen juni 2020 en november 2023 deel uit van een groep die zich bezighield met de aanschaf, het vervoer en de opslag van chemicaliën die gebruikt kunnen worden voor de productie van synthetische drugs.
In het arrest worden stoffen genoemd als methylamine, zoutzuur, methanol en aceton. Ook zou gebruik zijn gemaakt van versleutelde telefoons en voertuigen voor transporten.
Na de uitspraak gaat de man niet nog 1133 dagen de cel in. De verdachte heeft volgens het hof al ongeveer twee derde van de opgelegde straf in voorarrest uitgezeten. Daarom lijkt zijn resterende celstraf beperkt.
Straf lager in hoger beroep
De rechtbank Den Haag veroordeelde de verdachte eerder nog tot 48 maanden gevangenisstraf. In hoger beroep maakten het Openbaar Ministerie (OM) en de verdediging echter procesafspraken. De verdediging van de man zei toe geen verweer meer te voeren. In ruil daarvoor eiste het OM een lagere straf.
Het hof ging daarin mee en noemt de afgesproken straf ‘passend en geboden’. Volgens de rechters heeft de verdachte door zijn handelen bijgedragen aan ondermijnende criminaliteit en gevaarlijke situaties rond de productie en handel van drugs.
Het hof hield er bij de strafmaat rekening mee dat de verdachte niet eerder is veroordeeld. Ook weegt mee dat hij inmiddels werk heeft en samen met zijn partner voor een kind zorgt.