Het kunstwerk Wij zijn Delft, geïnspireerd op Johannes Vermeers Gezicht op Delft is na negen maanden werk zo goed als af. Vrijdagavond 12 december plakt een hoogzwangere vrouw het laatste poppetje. Ondanks dat hij stijve schouders en tintelende handen overhield aan het project, kijkt hij tevreden terug op het werk.

René bracht duizenden uren door boven zestien panelen. “Vier, vijf dagen achter elkaar diezelfde beweging, dan denk je soms echt: had ik maar lekker accountant gebleven”, zegt hij. “Maar als je dan ziet wat er ontstaat, is het volledig waard.”
4.000 Delftenaren plakten mee
Het doel van het kunstwerk was om zoveel mogelijk inwoners te betrekken. Daarom trok René elke donderdag met een paneel de stad in: van de DSM-fabriek tot de moskee en de TU. In totaal plakten zo’n 4.000 Delftenaren een eigen poppetje.
Een van de verhalen die René bijbleef komt van een tienjarige leerling: “Hij zei dat de poppetjes dicht op elkaar staan omdat het ‘de cohesie in de samenleving bevordert’. Briljant. Hij had helemaal gelijk.”
Van het eerste tot het laatste poppetje
Het eerste poppetje werd geplakt door de inmiddels overleden Mies Warffemius (106). Dat juist een hoogzwangere vrouw het laatste poppetje plakt, vindt Jacobs symbolisch: “Oud en nieuw komen prachtig samen.”
Onthulling en Vermeerweekend
Vrijdagavond wordt Wij zijn Delft onthuld in het Vermeer Centrum Delft door wethouder Frank van Vliet en Rijksmuseum-curator Pieter Roelofs. Het werk krijgt daarna een vaste plek op de tweede verdieping. In het weekend van 13 en 14 december is het museum gratis toegankelijk.
Zie ook:
Jacobs’ 110.851 poppetjes vertegenwoordigen straks alle Delftenaren