De snelle toename van uitheemse rivierkreeften in sloten, vaarten en plassen in de regio zijn een doorn in het oog van het Hoogheemraadschap Delfland. De dieren veroorzaken schade aan oevers en waternatuur, en vormen zo een groeiend probleem voor waterbeheer. Om tot een grootschalige oplossing te komen, organiseert het waterschap het seminar ‘Samen sterker tegen rivierkreeften’.

“De laatste tien jaar is het aantal rivierkreeften in Delfland explosief toegenomen”, zegt Wilco de Bruijne, ecoloog bij Hoogheemraadschap Delfland. “In het hele gebied van Delfland gaat het om miljoenen dieren. Dat betekent dat op iedere vierkante meter één tot vijf rivierkreeften zitten.”
Explosieve groei
Via de aquariumhandel en restaurants kwam de Amerikaanse rivierkreeft in de jaren 80 in Nederland. Dankzij het milde klimaat en het gebrek aan natuurlijke vijanden, vermeerderen ze zich sinds een aantal jaar enorm.
De gevolgen zijn volgens Delfland duidelijk zichtbaar. Rivierkreeften graven oevers kapot, eten waterplanten en verdringen andere soorten. Dat leidt tot een afname van biodiversiteit en een slechtere waterkwaliteit. “We verwachten dat het de komende jaren steeds erger wordt”, vertelt De Bruijne.
Afvangen
Een echte structurele oplossing voor het probleem is er nog niet. Wat Delfland nu vooral doet, is het gericht afvangen van rivierkreeften in geselecteerde gebieden. “Hierbij vangt een visser met fuiken en korven de rivierkreeften uit het water”, legt de ecoloog uit.
In Vlaardingen, Den Haag en in de Delftse Hout - bij het Vrederustpad - zijn hiermee volgens De Bruijne goede resultaten geboekt. “In drie jaar tijd hebben we daar 80 procent van de rivierkreeften afgevangen.”
Nadelen
Toch heeft deze aanpak zijn nadelen. Zo moet iedere week fuik voor fuik worden geleegd en naast rivierkreeften worden ook andere waterdieren hierin gevangen. ”Daarnaast hangt er een hoog prijskaartje aan deze methode, omdat het allemaal handwerk is”, vertelt De Bruijne. Volgens de ecoloog kostte dit proefproject alleen al ’tonnen’.
“Als we deze methode toepassen voor het hele Delflandgebied, dan gaat het over tientallen miljoenen per jaar.” Daarbij is afvangen volgens hem ook geen definitieve oplossing. “Na één tot twee jaar zien we weer kreeften verschijnen”, zegt De Bruijne. “Gericht afvangen heeft alleen zin in combinatie met andere maatregelen in het watersysteem.”
Ruimte voor roofdieren
Er is dus een andere oplossing nodig om de rivierkreeften een halt toe te roepen. De centrale vraag van het seminar is hoe inzichten uit eerdere proeven kunnen worden vertaald naar een aanpak die in de praktijk werkt. Beleidsmakers, waterschappen, gemeenten, onderzoekers, beroepsvissers en ondernemers gaan hierover met elkaar in gesprek.
Uit recent onderzoek blijkt dat de inrichting van wateroevers een belangrijke rol speelt. Zo zitten bij natuurlijke oevers veel minder kreeften dan bij kunstmatige oevers.
“Rivierkreeften maken bij natuurlijke oevers minder makkelijk hun holen door de aanwezigheid van wortels van waterplanten”, legt De Bruijne uit. “Ook leven hier vaak meer roofdieren die de rivierkreeft kunnen opeten.”
Innovaties
Naast deze onderzoeksresultaten worden tijdens het seminar ook verschillende innovaties besproken. Zo zijn er onlangs onderwatersystemen ontwikkeld die kreeften vangen zonder daarbij andere waterdieren te schaden.
“De kreeften worden door middel van kleine beetjes voedsel de vangarmen ingelokt, waarna ze hier niet meer uit kunnen zwemmen. Voor vissen, amfibieën, insecten en waterzoogdieren zijn er ontsnappingsgaten, waardoor de bijvangst van andere waterdieren minimaal is”, legt de ecoloog uit.
De gevangen kreeften komen dan bijvoorbeeld terecht in een open bak op het wateroppervlak. Hier vallen ze ten prooi aan roofdieren zoals reigers, aalscholvers en meerkoeten. Of de opvangbak staat op de oever, zodat deze wekelijks kan worden geleegd.
“Misschien komen uit het seminar wel nieuwe oplossingen”, besluit De Bruijne. “Ik laat mij graag verrassen die dag.”