Het Hoogheemraadschap van Delfland test in de Delftse Hout een nieuwe methode om sneller blauwalg op te sporen. De slimme meetpaal controleert elke vijftien minuten de waterkwaliteit, terwijl dat normaal eens per twee weken gebeurt. De proef loopt op het moment dat voor de Grote Plas al een waarschuwing voor blauwalg geldt.

De meetpaal, een zogenoemd WISP-station, steekt sinds deze week boven het water van de Grote Plas uit. De sensor meet aan de hand van lichtreflectie onder meer de aanwezigheid van algen en de helderheid van het water.
De meetgegevens worden digitaal verwerkt, waardoor de resultaten binnen enkele minuten beschikbaar zijn. Dat is aanzienlijk sneller dan de gebruikelijke methode, waarbij watermonsters eerst in een laboratorium worden onderzocht.
Waarschuwing blauwalg
De proef volgt kort nadat voor de Grote Plas in de Delftse Hout een waarschuwing voor blauwalg werd afgegeven. Zwemmen is sinds 3 juli nog toegestaan, maar contact met het water kan leiden tot huidirritatie en maag- of darmklachten. Blauwalg is in de Delftse Hout een terugkerend zomerprobleem, vooral tijdens warme perioden.
Toch kan de nieuwe techniek het laboratoriumonderzoek voorlopig nog niet volledig vervangen. Niet alle soorten blauwalg zijn schadelijk en alleen in een laboratorium kan worden vastgesteld of de aangetroffen algen giftig zijn. Daarom blijven de reguliere watermonsters noodzakelijk.
Nog geen officiële metingen
Delfland benadrukt dat de algenmeter zich nog in de testfase bevindt. De resultaten worden vergeleken met de bestaande meetmethode en tellen voorlopig niet mee voor de officiële beoordeling van de zwemwaterkwaliteit. Wel hoopt het waterschap dat de continue stroom aan meetgegevens in de toekomst helpt om veranderingen in de waterkwaliteit sneller te signaleren en blauwalg beter te voorspellen.