Op een lijst die bijhoudt welke Tweede Kamerleden het meest gedaan krijgen, staat Heera Dijk (D66) op plaats 142 van de 166. Daarmee lijkt het alsof Delfts enige lid van de Tweede Kamer de voorbije maanden niet veel heeft uitgevoerd. Zelf zet Dijk vraagtekens bij de lijst: “Er staat dat ik drie werkbezoeken heb gedaan, maar het waren er minstens twintig.”

Voor sommige politici is de jaarlijkse ranglijst van de Nationale Politieke Index een mooi promotiemoment. Vooral leden van christelijke partijen zullen reikhalzend uitkijken naar de lijst, want zij doen het vaak opvallend goed. Zo bestaat de top drie dit jaar uit leden van de ChristenUnie en de SGP, met Don Ceder (CU) op één.
Voor D66’er Heera Dijk pakt de recent uitgebrachte lijst echter niet goed uit. Op plaats 142 is zij een van de slechtst scorende Kamerleden op deze lijst, die wordt samengesteld op basis van gegevens als aantallen ingediende moties, deelnames aan vergaderingen en werkbezoeken.
Wat is de Nationale Politieke Index?
De Nationale Politieke Index bestaat sinds 2021 en beleeft dit jaar zijn vijfde editie. Journalist en politicoloog Ton F. van Dijk en politiek data-analist Frank van Kooten maken de ranglijst op basis van gegevens van de Tweede Kamer. Via 27 indicatoren krijgen Kamerleden punten voor onder meer wetsvoorstellen, moties, vragen, debatten, commissiewerk en geregistreerde werkbezoeken.
De ranglijst krijgt jaarlijks aandacht in landelijke media en verschillende Kamerleden gebruiken hun score geregeld om zich te profileren.
In (bijna) alle provincies geweest
“Ik wil weten hoe wordt geteld”, reageert Dijk. Bij haar naam ziet ze namelijk drie werkbezoeken staan, terwijl ze er zelf minstens twintig telt. “Ik ben de afgelopen maanden in alle provincies geweest behalve Drenthe. En ik ben ook naar de Antillen geweest.”
Dat neemt niet weg dat de Delftse ook op andere vlakken laag scoort op de lijst. Tot nog toe kwam ze na haar verkiezing in november 2025 tot één ingediende motie. In reactie daarop wijst Dijk erop dat je alleen een motie kan indienen over onderwerpen in daarvoor bedoelde debatten. Binnen D66 heeft zij de portefeuilles cultuur en Konkrijksrelaties en daarover zijn simpelweg minder van zulke debatten.
Appels en peren vergelijken
Verder ziet Dijk dat het systeem dat nu wordt gebruikt voor de ranglijst een ‘oneerlijke vergelijking’ oplevert. Zo wordt gekeken naar cijfers over deelnames aan vergaderingen. “Als je asiel in je portefeuille hebt, zijn er wel honderd vergaderingen daarover, maar ik doe cultuur en dan is dat niet zo.” Daarmee is dat wat haar betreft appels en peren vergelijken.
Waar de Politieke Index het beeld schetst dat Dijk een van de minst actieve Kamerleden was de afgelopen tijd, ontkent ze dat zelf stellig. “Er was een open dag van de Tweede Kamer en daar was ik als enige Kamerlid zelf bij”, vertelt ze.
Gevraagd of de lijst laat zien dat ze toch een andere aanpak moet kiezen de komende tijd, zegt ze dan ook niet dat ze per se meer moet doen. Verwijzend naar het lage aantal werkbezoeken dat staat genoteerd zegt ze wel: “Misschien dat ik ergens moet gaan doorgeven waar ik zoal heen ga.”