Delftenaren zijn minder lang afhankelijk van de voedselbank, maar de financiële problemen verdwijnen niet. Dat blijkt uit het jaarverslag van Voedselbank Delft.

In totaal stonden 189 huishoudens eind 2025 ingeschreven bij de voedselbank. Dat is een afname van 27 procent ten opzichte van 2024, toen het er 258 waren. Het aantal mensen dat hulp kreeg in 2025 bleef vrijwel gelijk met het jaar ervoor: van 1583 naar 1562, een daling van 1,3 procent.
Die cijfers laten zien dat minder huishoudens langdurig afhankelijk zijn van de voedselbank: mensen maken korter gebruik van de voedselbank. Toch is de behoefte aan ondersteuning niet verdwenen. Daardoor blijft het aantal geholpen mensen gelijk, terwijl het aantal ingeschreven huishoudens daalt.

Snellere doorstroom
In totaal werden 411 huishoudens uitgeschreven. Van hen was 66 procent korter dan zes maanden ingeschreven bij de voedselbank. Zelfs 35 procent was korter dan drie maanden ingeschreven.
Volgens de voedselbank komt dat doordat gemeenten actiever zijn geworden in het begeleiden van mensen naar een oplossing. Door vroegsignalering en meer maatwerk worden huishoudens sneller geholpen en zijn ze minder lang afhankelijk van voedselhulp.
Financiële druk blijft
Tegelijkertijd ziet de organisatie dat de financiële problemen niet verdwijnen. Mensen die boven de inkomensnorm uitkomen, hebben geen recht meer op een pakket. Toch hebben ze vaak nog steeds moeite om rond te komen.
Het wegvallen van een gratis voedselpakket heeft direct gevolgen voor deze groep. Vooral de hoge kosten voor energie en boodschappen maken het voor veel huishoudens lastig om financieel stabiel te blijven.
De voedselbank waarschuwt bovendien dat de situatie bij de voedselbank sterk samenhangt met de economie. Zolang de werkloosheid laag is, hebben relatief weinig mensen hulp nodig. Maar als de economische omstandigheden verslechteren, verwacht de organisatie dat meer mensen zich zullen melden.