De provincie Zuid-Holland gaat onderzoeken waar in 21 gemeenten in de regio Rotterdam – Den Haag ruimte is voor nieuwe windturbines. Ook Delft valt binnen deze regio en kan dus onderdeel worden van het onderzoek naar geschikte locaties voor windenergie.

Extra duurzame energie is volgens gedeputeerde Arno Bonte nodig omdat het elektriciteitsverbruik de komende jaren flink blijft stijgen. “Het elektriciteitsverbruik groeit snel, onder meer door toename van elektrische auto’s, warmtepompen en de verduurzaming van de industrie”, stelt hij.
De geplande windturbines moeten gezamenlijk tussen de 2,8 en 3,2 terawattuur (TWh) aan duurzame elektriciteit opwekken. Eén TWh is voldoende om zo’n 55.000 huishoudens een jaar lang van energie te voorzien.
Druk op elektriciteitsnet verlichten
De provincie ziet windenergie daarbij als een belangrijke aanvulling op zonne-energie en warmte. “We hebben windenergie nodig om voldoende schone en betaalbare stroom op te wekken”, aldus de gedeputeerde. Ook zou het opwekken van energie dicht bij de plek waar die wordt gebruikt helpen om de druk op het elektriciteitsnet te verminderen.
Begin dit jaar werd duidelijk dat nieuwe en zwaardere stroomaansluitingen voor woningen in Delft na 1 juli op een wachtlijst komen door een overbelast elektriciteitsnet.

Onderzoek naar effecten
De provincie start met een onderzoek naar de mogelijke effecten van windturbines op de omgeving. Het plan van aanpak hiervoor, de zogeheten Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD), ligt tot en met 14 juni ter inzage.
Inwoners, bedrijven en andere belanghebbenden kunnen in deze periode reageren via een zienswijze. Na de inspraakperiode start de zogenoemde omgevingseffectrapportage. In dat onderzoek kijkt de provincie naast milieueffecten, ook naar ruimtelijke, sociale en economische gevolgen van mogelijke windturbines.
Verspreid of verenigd
Op basis daarvan worden verschillende scenario’s uitgewerkt voor de meest geschikte locaties. Daarbij wordt gekeken naar bijvoorbeeld verspreide plaatsing van windturbines of juist concentratie op bepaalde plekken. Ook variaties in hoogte worden meegenomen in het onderzoek.
Gemeenten en inwoners krijgen volgens de provincie de mogelijkheid om mee te denken over de scenario’s. Uiteindelijk moet dat leiden tot een voorkeursscenario dat wordt opgenomen in het provinciale omgevingsbeleid. Daarna beslissen Provinciale Staten over de definitieve locaties.
Reageren tot 14 juni
De stukken liggen digitaal ter inzage en kunnen ook worden bekeken op het provinciehuis in Den Haag. Reageren kan tot en met 14 juni via een zienswijze, digitaal, per post of mondeling op afspraak bij de provincie Zuid-Holland.