Zes Delftse wijken hebben geen openbare aanplakplaats voor posters over buurtfeesten, evenementen of maatschappelijke initiatieven. Dit werden er de afgelopen jaren telkens minder, stelt STIP-raadslid Julian Gommers. Een betreurenswaardige ontwikkeling, zo vindt hij, want voor kleinschalige evenementen in de eigen wijk zijn zulke plakplekken een grote toegevoegde waarde.

Delft telde in 2002 nog 23 openbare aanplakplaatsen. Dat aantal daalde naar zeventien in 2010 en vijftien in 2014. In 2019 was er weer sprake van een oplevingen steeg het aantal naar zeventien. Momenteel zijn er nog slechts twaalf plekken voor posters.
Vaak de boot gemist
Buitenhof, Hof van Delft, Ruiven, het gebied rond de Schieweg, Voordijkshoorn en Voorhof hebben allemaal geen openbare aanplakplaats. De meeste plekken staan in en rond de binnenstad en in Tanthof. Sommige liggen dicht bij elkaar of zelfs tegenover elkaar.
Gommers wil dat de gemeente de plakplekken beter over de stad verdeelt. Hij wijst erop dat er bij veel mensen in de buurt evenementen plaatsvinden, waarover omwonenden pas na afloop horen.
“Dat is enorm zonde”, zegt het raadslid. “Als je als organisator of actieve bewoner een poster kunt ophangen op een plek waar dagelijks veel mensen langslopen, maak je het veel laagdrempeliger om buren erbij te betrekken.”
Buiten de online bubbel
Maakt het uit of er een poster hangt in een tijd waarin alles wordt aangekondigd op sociale media? Volgens Gommers wel. Met Facebook en Instagram bereiken organisatoren vooral inwoners die een vereniging, bewonersgroep of initiatief al volgen, denkt hij.
“De algoritmes van sociale media maken het erg moeilijk om buiten je eigen online bubbel te kijken”, vindt hij. Een poster in de openbare ruimte kan volgens hem ook mensen bereiken die niet zelf naar activiteiten zoeken.
Nieuwe plekken in de wijken
STIP heeft het college schriftelijke vragen gesteld over de verdeling. De partij wil dat nieuwe aanplakplaatsen komen op drukbezochte plekken in wijken waar deze nu ontbreken.
Gommers denkt daarbij aan winkelgebieden, pleinen, buurthuizen, ov-haltes en drukke fietsroutes. Het college moet de schriftelijke vragen nog beantwoorden. Dan moet duidelijk worden of de gemeente de huidige verdeling wil aanpassen en welke locaties daarvoor geschikt zijn.