Delftse Molukkers staan stil bij 15 augustus: ‘Over de oorlog in Indonesië werd thuis niet gesproken’

Amber Dresken Amber Dresken

Delft staat zaterdag 15 augustus stil bij het einde van de Tweede Wereldoorlog in Nederlands-Indië. Documentair fotograaf Suzanne Liem fotografeerde en interviewde Delftse-Molukkers Betty van Bokhoven-van Enst en Jan Ririhena over hun familiegeschiedenis.

Jan Ririhena en Betty van Bokhoven-van Enst | Foto: Suzanne Liem

Voor Betty van Bokhoven-van Enst heeft 15 augustus een dubbele betekenis. Het is de dag waarop ze het einde van de Tweede Wereldoorlog in Azië en de bevrijding viert. Tegelijkertijd is het voor de Delftse ook een moment om stil te staan bij wat er daarna met Molukse gezinnen in Nederland gebeurde.

Betty was tweeënhalf jaar oud toen zij met haar Indisch-Ambonese vader, Ambonese moeder, twee broers en een zus vanuit Jakarta, Indonesië naar Nederland kwam. Het gezin arriveerde op 8 maart 1956 aan de Lloydkade in Rotterdam. Haar jongste broertje Bertje overleed slechts vier dagen na aankomst. Hij was vijf maanden oud.

Van Jakarta naar De Lier
Het gezin kwam uiteindelijk in De Lier terecht en was daar de enige Indo-Molukse familie. Toen ze op haar negentiende in Delft een kamer zocht, werd ze vanwege haar uiterlijk gediscrimineerd. “Toen pas had ik het besef dat ik een kleurtje had”, vertelt ze.

De Molukse eetcultuur heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in haar leven. Betty gaf 26 jaar lang kookworkshops in het Westland en had later met haar schoonzoon een restaurant op de Markt in Delft, waar Indonesische broodjes werden verkocht.

Heimwee
Het koken van de recepten van haar moeder is voor Betty meer dan alleen eten. Het brengt haar terug naar haar geboorteland. “Het is een keuken van verlangen naar de geuren van mijn geboorteland”, vertelt ze.

Samen met haar Nederlandse man Herman kreeg Betty drie dochters. Op 15 augustus bezoekt Betty samen met haar dochters het Bersama Filmfestival in Rotterdam. Hier zijn films te zien over de Indische, Molukse en Indonesische geschiedenis, cultuur en identiteit.

Het doorgeven van de Molukse cultuur aan haar kinderen vindt Betty belangrijk. Dit heeft volgens de Delftse te maken met de Molukse adat, de ongeschreven wetten binnen de gemeenschap. “We zorgen voor elkaar, we eten samen en je verloochent nooit waar je vandaan komt.”

Jan Ririhena: ‘Maluku is ons vaderland, Nederland is ons tweede vaderland’
Jan Ririhena werd in 1952 geboren in woonoord Schattenberg, het voormalige Kamp Westerbork. Zijn ouders waren een jaar eerder met zijn zus en broer vanuit het Molukse eiland Haruka met de boot naar Nederland gekomen.

Op zijn twintigste vertrok Jan naar Amsterdam en later naar Den Haag. Daar volgde hij de opleiding maatschappelijk werk. Vervolgens heeft hij tot zijn pensioen jongerenwerk gedaan. “Dit heeft mij altijd veel voldoening gegeven”, vertelt hij.

‘Voelt als thuiskomen’
Sinds 1981 woont Jan in Delft. Samen met zijn voormalige echtgenote kreeg hij twee kinderen en inmiddels geniet hij van zijn drie kleinkinderen. De band met de Molukken is voor Jan altijd belangrijk gebleven. Hij is meerdere keren terug geweest. “Als ik daar ben, voelt het als thuiskomen.” Ook de band met de Gereja Injil Maluku, de Molukse Evangelische Kerk, is gebleven. Iedere maand bezoekt Jan de kerkdienst in zijn vroegere woonplaats Bemmel.

Steeds meer bewust van 15 augustus
15 augustus is voor Jan een bijzondere dag. Dat is niet altijd zo geweest. Vooral de afgelopen tien jaar is hij vanuit eigen nieuwsgierigheid en interesse zich meer gaan verdiepen in de geschiedenis. Binnen zijn familie en de Molukse gemeenschap werd vroeger weinig over de oorlog gesproken.

“Mijn vader werd als militair door de Japanse bezetters gevangengezet op Java en maakte daar grote ontberingen mee. Toch wilde hij daar nooit over vertellen”, vertelt Jan. “Mijn vader zei altijd: ‘Het ligt achter mij, we moeten verder.'”

Eerste keer herdenken
Vorig jaar was Jan samen met zijn vrouw voor het eerst bij een herdenking van 15 augustus aanwezig, in DOK in OPEN. “Die ervaring maakte mij nog bewuster van mijn eigen familiegeschiedenis.” Dit jaar is Jan zelf betrokken bij de organisatie van de Nationale Herdenking 15 augustus 1945 in Delft, die zaterdag plaatsvindt in de Hortus Botanicus.

Dubbel gevoel
De dag geeft Jan een dubbel gevoel. Aan de ene kant viert hij de vrijheid en het einde van de oorlog. Aan de andere kant is er verdriet en teleurstelling over de situatie van zijn vaderland. “De Molukken zijn nog altijd in ballingschap onder de Republiek Indonesië en hebben nog altijd geen zelfbeschikking.”

Voor Jan is zijn identiteit verbonden met zowel de Molukken als Nederland. “Nederland moet weten dat we hier niet zijn omdat we dat graag willen. Maluku is ons vaderland, en Nederland is ons tweede vaderland geworden”, vertelt hij. “Zo is het nu eenmaal gelopen. En zo keken mijn ouders er ook tegenaan; we kunnen het niet meer terugdraaien.”

De tentoonstelling Lain Sayang Lain – 75 jaar Molukkers in Nederland is tot en met 22 september gratis te bezoeken in het Stadskantoor, van maandag tot en met vrijdag tussen 08.30 en 17.00 uur.

Suzanne Liem is documentair fotograaf uit Delft. In haar werk richt zij zich onder meer op maatschappelijke kwesties, dekolonisatie en straatfotografie. Eerder werk van haar hand is Echo, Van de Strijd om Indonesië en De weduwen van Rawagede.

Tekst: Suzanne Liem en Amber Dresken, redacteur Omroep Delft

Advertentie Omroep Delft banner liggend
Advertentie Delft Buisiness Banner 2
LIVE