Een man krijgt van het Gerechtshof Den Haag een lagere straf dan de rechtbank Rotterdam in eerste instantie had gegeven. In plaats van vijf jaar moet de veroordeelde drie jaar de cel in. Hij is veroordeeld voor het verkopen en bereiden van drugs in Delft en omgeving.

De veroordeelde was in 2015 en 2016 betrokken bij het bereiden, verkopen en vervoeren van grote hoeveelheden cocaïne en heroïne in de regio Delft, Rotterdam en Spijkenisse. De man zou in de criminele organisatie een leidinggevende en aansturende rol hebben gehad.
De rechtbank veroordeelde de man in november 2019 tot een gevangenisstraf van 5 jaar, met aftrek van het voorarrest. De man ging vervolgens in hoger beroep.
Zaak duurde te lang
Het hof vindt de vijf jaar gevangenisstraf passend. Toch benoemt de rechter ook dat de zaak tegen de verdachte langer heeft geduurd dan de twee jaar die volgens de burgerlijke rechten is toegestaan. Het proces begon in juli 2016, maar de rechtbank deed in november 2019 uitspraak.
Ook het hoger beroep nam te veel tijd in beslag: de uitspraak van het gerechtshof volgde meer dan zes jaar na de eerste uitspraak van de rechtbank. Het hof heeft vanwege deze grote vertraging besloten de straf te verlagen naar drie jaar, met aftrek van de tijd die de verdachte al in voorarrest heeft doorgebracht.