Tien jaar lang was Tim van der Hagen voorzitter van het college van bestuur van de TU Delft, de laatste acht jaar was hij ook rector. Half januari nam hij afscheid. Journalistiek platform Delta interviewde hem over wat hij heeft bereikt en wat niet, wat hij wel en niet zal missen. Nog een keer maakt hij zijn excuses voor het gebrek aan sociale veiligheid.

“Op de winkel passen is mij te gemakkelijk”, zei Tim van der Hagen toen hij in 2016 voorzitter van het college van bestuur werd. Het werd inderdaad veel meer dan dat. De Europese onrust die de Brexit in 2016 teweeg bracht, valt in het niet bij de geopolitieke dreiging die speelt tijdens het aftreden van Van der Hagen tien jaar later. De oorlog in Oekraïne woedt nog altijd en door de genocide in Gaza moest de universiteit pijnlijke vragen beantwoorden. Tussendoor speelde corona en publiceerde de Inspectie van het Onderwijs een vernietigend rapport over het gebrek aan sociale veiligheid op de TU.
Tijdens het afscheid van de rector magnificus en collegevoorzitter op 15 januari in de Aula kwamen de crises en de zorgen voorbij, en vooral zijn verdiensten. ‘Betrokken, energiek, open en zichtbaar’ werd hij genoemd, visie en durf werden hem toegeschreven. De warme banden met de gemeente Delft en het Erasmus MC, de grote hoeveelheid bedrijven die tegenwoordig op de campus zit: hij maakte het mede mogelijk, aldus de sprekers.
Hoe kijk je terug op je afscheidsweek? Je kreeg veel lofbetuigingen en drie erepenningen.
“Dat is prachtig, maar voelt tegelijkertijd ongemakkelijk. Want we hebben het met zijn allen gedaan. Met wetenschappers en het niet-wetenschappelijke personeel. Vaak wordt het als vanzelfsprekend beschouwd dat alles maar doordraait, maar daarvoor verricht het niet-wetenschappelijke personeel ontiegelijk veel werk. Ook studenten hebben mij al die jaren geïnspireerd. Het is superleuk om met de nieuwe generatie te praten, met mensen die echt bevlogen zijn en die het beter gaan doen.”
In je afscheidsspeech zei je dat de TU door de toestand in de wereld zorgvuldiger kijkt naar toekomstscenario’s en samenwerkingspartners, om waarden als de academische vrijheid veilig te blijven stellen. Hoe werkt dat?
“Voorheen maakten we om de zoveel jaar een strategisch kompas en op basis daarvan gingen we verder. De maatschappelijke en internationale ontwikkelingen gaan tegenwoordig zo snel dat we strategic foresight hebben ontwikkeld. Dat is een manier om veel alerter te zijn op wat er gebeurt en wat dat mogelijk voor consequenties heeft. Zodat we daar snel op kunnen acteren en ageren. Denk bijvoorbeeld aan onze Israëlische partners.”
Waarom duurde het zo lang om tot het ‘nee, tenzij-beleid’ voor Israëlische samenwerkingen te komen?
“Wat is lang? Dit zijn supergevoelige en complexe onderwerpen. Bij Rusland zeiden we steeds: academisch contact is superbelangrijk dus laten we als academici met elkaar in verbinding blijven. Toen besloot de overheid om de banden met Rusland door te snijden. Bij Israël hebben wij zelf een besluit moeten nemen. Dat doe je niet zomaar overnacht. Het is complex omdat je als universiteit graag met kennisinstellingen verbonden blijft. Tenzij die nadrukkelijk verbonden zijn met het leger. Daar hebben we vanuit het moreel beraad nee tegen gezegd. Je kunt zeggen: dat had sneller gemoeten.”
Je hebt dit jaar twee intentieverklaringen getekend met het Nederlandse ministerie van Defensie. Waarom is daar niet óók een moreel beraad aan vooraf gegaan?
“De druk is heel hoog, al jaren, en wordt iedere dag urgenter. Met het tekenen hebben we primair gezegd dat we samen optrekken en dat de TU ook het belang ziet van bijdragen aan onze nationale veiligheid. Wat we precies gaan doen, dat staat nog niet vast. Dus daar komt een moreel beraad over. Dat willen we heel zorgvuldig doen en niet vlug-vlug. Want het gaat wel over de waarden van de universiteit.”

Welke waarden van de universiteit bedoel je?
“Je moet teruggaan naar de vraag waarom wij er als universiteit zijn. Dat is om de samenleving beter te maken en niet om landen te veroveren. Tot nu toe hebben we gezegd dat we op de onderwerpen veiligheid en zelfredzaamheid alleen werken aan de lage technology readiness levels . Dat is heel fundamenteel onderzoek, waarvan de resultaten gewoon naar buiten kunnen als afstudeerverslagen of proefschriften.
Dual use is ook een interessante kwestie. Vroeger ging het vooral over hoe civiel onderzoek militair misbruikt kon worden, maar het werkt ook de andere kant op. Veel veiligheidsgerelateerde kennis kan immers breder worden gebruikt. Hoe moeten we daarmee omgaan? Daar moeten we het over hebben.”
Het kan natuurlijk zijn dat Defensie een beroep op de TU doet en zegt dat het in het maatschappelijk belang is dat de TU meedoet aan radarsystemen of een alternatief voor de F35.
“Dat is precies waarom dat moreel beraad nodig is, omdat het niet zo zwart-wit is. Het kan daarna alsnog zo zijn dat we als universiteit besluiten dat onderzoek naar radarsystemen in het belang van het welzijn van mensen is, maar dat een onderzoeker het niet voor zichzelf kan verantwoorden om eraan mee te werken. Prima. Daarnaast zullen er mensen zijn die niet bij een instelling willen werken die aan radartechnologie werkt. Dan is de enige oplossing om ergens anders te gaan werken.”
De tweede helft van Van der Hagens bestuurstermijn was voor de TU een onrustige periode. De coronapandemie met afstandsonderwijs was nauwelijks achter de rug toen de Onderwijsinspectie een onderzoek startte naar de sociale veiligheid op de universiteit. Na anderhalf jaar onderzoek constateerde de overheidsinstantie dat er sprake was van ‘wanbeheer’, de zwaarst denkbare kwalificatie op grond van de onderwijswet. De zorg voor medewerkers zou dusdanig worden verwaarloosd dat er een ‘verhoogd risico op sociale onveiligheid voor alle medewerkers’ was.
Nadat het universiteitsbestuur een gang naar de rechter overwoog en weer introk, ging het met vertraging aan de slag met de aanbevelingen die de onderwijsinspectie had gedaan. Er kwam onder meer een meldpunt sociale veiligheid en er wordt gewerkt aan een nieuwe code of conduct. Ten tijde van de laatste herbenoeming van Van der Hagen was het conceptrapport van de onderwijsinspectie al bekend. Toch werd dat niet gedeeld met de medezeggenschap, die ook een stem heeft in de benoeming van CvB-leden.
Het onderwerp sociale veiligheid heeft de laatste jaren van jouw periode in het CvB getekend. Zie je dat zelf ook zo?
“Ik vind het vreselijk wat sommige mensen is overkomen. Daar wil ik echt mijn excuses voor aanbieden, want wat hier gebeurt, gebeurt onder mijn verantwoordelijkheid. Ik denk dat we met ontzettend veel mensen, honderden, hard hebben gewerkt om de situatie te verbeteren. We hebben meteen hulp ingeroepen, specialisten erbij gehaald. We zijn op de goede weg, maar we zijn er nog niet. Dus het is nu de kunst om vol te houden.”
Nog steeds melden zich mensen met nieuwe casussen, vaak zijn ze wanhopig.
“Dat is verschrikkelijk, dat voel ik echt. En het gebeurt nog steeds, dat klopt. Als ik zeg, we zijn op de goede weg, dan denk ik eraan dat we met elkaar überhaupt het gesprek over sociale veiligheid kunnen voeren. Dat is een groot goed. We beseffen dat we nog veel te doen hebben. We hebben niet meer alleen dat systeem, want daar heb ik veel te veel op vertrouwd in het verleden. We werken veel meer aan preventie, communicatie en nazorg. Dat zijn dingen die echt ontbraken. We zijn er nog niet, absoluut niet, maar we zijn wel heel veel verder dan een aantal jaar geleden.”
Mensen die worden beschuldigd van sociaal onveilig gedrag voelen zich nu juist vaker onveilig, lijkt het. Ze worden niet gehoord, of pas laat in het proces. Herken je dat?
“Ik denk dat dat nu juist veel beter is dan een aantal jaren geleden. Want ik heb toen meegemaakt dat mensen beschuldigd werden en dat de omgeving meteen sprak over de schuldige en dat ze het gebouw niet meer in durfden. Ik had altijd de insteek dat we het rustig gingen onderzoeken en gedurende een paar maanden met iedereen in gesprek gingen.
Nu hebben we dat beter geregeld doordat we een meldpunt met een duidingstafel hebben. Dat zijn professionals die veel sneller kunnen acteren. Nog steeds proberen we zowel de melder te behartigen als de persoon waar het signaal over gaat. Die bestuurlijke spagaat is het moeilijkste om te doen als bestuurder, ook in de communicatie. Dus ik herken wat je zegt, maar ik denk wel dat het beter is dan voorheen.”
Hangt jouw vertrek samen met het inspectierapport? Het officiële verhaal was dat je vertrok omdat het bestuursmodel zou veranderen.
“Dat laatste klopt niet. Ik ben acht jaar rector geweest, de normale periode. De Dies Natalis is altijd het overdrachtsmoment. Wat was nou het probleem? Rob Mudde was benoemd tot 1 maart 2026. In eerste instantie vond de Raad van Toezicht het niet handig dat we dan bijna gelijktijdig zouden vertrekken. Toen hebben ze mij gevraagd om tot mijn pensioen in oktober dit jaar te blijven. Uiteindelijk is Rob vanwege persoonlijke omstandigheden eerder vertrokken.
Daardoor was het niet meer nodig dat dat ik langer zou blijven en was een overdracht tijdens de Dies weer heel logisch. Dat gaf meteen de mogelijkheid om het bestuursmodel te herzien. Dat is dus het gevolg en niet de oorzaak van mijn vertrek op dit moment.”
Continuïteit was een belangrijke wens van de Raad van Toezicht, maar die is er nu toch niet gekomen.
“Dat is jammer, want zo was het niet bedoeld. Gelukkig is Hester (Bijl, de nieuwe rector magnificus, red.) superervaren. Met zowel de TU Delft als het besturen van een universiteit. Dus dat is heel fijn. En Ingrid (Thijssen, de nieuwe collegevoorzitter, red.) is ook enorm ervaren en heeft een enorm netwerk. Dus ik heb er alle vertrouwen in dat het goed komt.”
Bij zijn aantreden in september 2016 zei Van der Hagen dat hij op de universiteit een gevoel van trots wilde creëren. “Een sfeer van ‘het is een eer om hier te mogen werken of te mogen studeren en ik ben er geweldig trots op dat ik bij de TU Delft zit’”, aldus de bestuurder in een interview met Delta.
Medewerkers vertellen ons dat je die trots enorm hebt uitgedragen, maar dat die een keerzijde heeft: kritiek landt minder snel.
“Dat herken ik. Sociale veiligheid is het meest sprekende voorbeeld, want ik zat lang in de woede- en ontkenningsfase. ‘We hebben het wel over de TU Delft. Een machtig mooi instituut met prachtige mensen’, dacht ik. Maar dat neemt niet weg dat er dingen echt mis waren, dat er mensen gekwetst zijn. Ik hoop dat ik gaandeweg voldoende heb geluisterd en open heb gestaan.
Verder heb ik in al die jaren duizenden besluiten genomen. Daar hebben ongetwijfeld verkeerde bij gezeten. Soms is het toch een beetje sturen in de mist. Je weet niet alles, maar er moet wat gebeuren. Zeker in coronatijd was dat zo. Mensen denken vrij snel ‘het is simpel, het moet gewoon zus of zo’. Terwijl je als bestuurder met zoveel neveneffecten en consequenties te maken hebt. Vaak zit het net wat complexer in elkaar en heb je net wat meer tijd nodig.”
In een afscheidsinterview met TU Nieuws zeg je trots te zijn dat er tijdens jouw bestuursperiode zoveel mensen zijn aangenomen die passen bij de cultuur op de TU. Wanneer past iemand daarbij?
“Ik heb de afgelopen jaren zo’n drie keer per week met mensen gesproken die hoogleraar wilden worden. Ik keek dan niet naar hun onderzoek, maar naar wie ze waren, waarvoor ze warm liepen, hoe ze in het leven stonden, wat onderwijs voor hen betekende. Want als je onderwijs als bijzaak ziet, dan hoor je hier niet thuis. Ik zocht mensen die passen bij onze cultuur van ambitie, trots en samen de wereld beter willen maken. Door goed onderwijs te geven en goed onderzoek te doen, met elkaar. Niet iemand die alleen zegt: ik ben een topwetenschapper, regel een lab en een technicus voor me zodat ik nóg meer papers kan schrijven. Lekker, maar niet bij ons.”
Is er voldoende oog voor diversiteit als je ze langs de meetlat van de TU-cultuur legt?
“Nee, onze diversiteit is nog lang niet op orde. Kijk alleen al naar gender. Daar hebben we veel oog voor gehad. Ik sprak met decanen regelmatig over hoe het gaat met de vrouwelijke UHD’s en UD’s (universitair hoofddocenten en universitair docenten, red.). Maar het personeelsverloop gaat heel langzaam, dus het is moeilijk om snel te veranderen. En de ombuigingen (bezuinigingen, red.) werken natuurlijk al helemaal desastreus, want dan heb je ineens weer minder plekken. En diversiteit is breder dan dat. Het gaat ook om etnische afkomst en religie. We hebben natuurlijk het Delft Global Institute dus er gebeuren wel dingen. Maar het is nog erg wit en westers wat hier rondloopt. Er is kortom nog steeds veel werk aan de winkel.”
Over gender: had het niet anders gekund? Het is niet nieuw dat we daar iets mee willen en moeten.
“We hebben dat echt voortdurend voor ogen gehad. We hebben net bij Bouwkunde Machiel van Dorst als decaan benoemd. Je kunt dan niet zeggen ‘doe maar niet, want het is geen vrouw’. Hij blijkt alles bij elkaar genomen de beste keuze.”
Als je een vrouwenquotum had gehad, was er toch zeker een even goede vrouwelijke kandidaat gevonden?
“We hebben heel nadrukkelijk naar de faculteit zelf gekeken met de vraag wie daar op dit moment het beste bij past. Dat is toch Machiel. Maar je hebt gelijk, minstens vier jaar zit daar geen vrouw.”
Tijdens hetzelfde interview was je trots op het aannemen van mensen via eigen netwerken. In hoeverre zie je een verband met het gebrek aan diversiteit?
“Ik heb heel veel mensen op die manier aangenomen. Op een conferentie kom je iemand tegen waarvan je denkt: die timmert lekker aan de weg en is een leuke man of vrouw, die kan bij ons passen. Vervolgens laat je zo iemand stukje bij beetje kennis maken met de universiteit, door diegene langs te laten komen en eens een voordracht te laten geven. Als je dat een paar jaar volhoudt, dan komt zo iemand misschien naar ons. Bij een vacature ben je afhankelijk van wie er toevallig reageert. Je kiest de beste kandidaat uit tien sollicitanten, maar je weet dan niet zeker of iemand bij de cultuur past.”
Is het plaatsen van een vacature niet veel eerlijker en transparanter? Daar kunnen wetenschappers uit heel de wereld op reageren. Iedereen heeft een bias, dus dat zit ook in wie je op een conferentie tegenkomt en aanspreekt.
“Je moet een wetenschapper midden in de nacht wakker kunnen maken en dan moet die zo de top-vijf collega’s uit het vakgebied kunnen opnoemen die hij of zij op de TU zou willen hebben. En dan niet alleen gearriveerde onderzoekers, maar ook dertigers. En ook andere vakgenoten dan witte, westerse. Zo ver zijn we niet, dat besef ik. Het is een plicht om voortdurend om je heen te kijken en diversiteit op te zoeken.”
Je loopt hier nog tot oktober rond. Wat ga je doen tot aan je pensioen?
“Het lijkt mij heel mooi om jonge wetenschappers te coachen, al is coachen een groot woord. Het is vooral in gesprek gaan, luisteren en hen een hart onder de riem steken. Jonge wetenschappers maken zich vaak enorm zorgen, of ze wel genoeg aan onderwijs doen, voldoende grants binnenhalen, voldoende papers schrijven, zichtbaar genoeg zijn. Ze denken dat als ze maar snel genoeg die vinkjes binnenhalen, dat ze dan worden bevorderd. Ik wil ze meegeven dat ze ook gewoon moeten relaxen en lekker moeten doorgaan met de dingen die ze al doen. Hopelijk kan ik ze rust en waardering geven.”
Wat ga je missen?
“De mensen. Ik vind contact met mensen echt een voorrecht. Door alle leuke gesprekken die ik heb, loop ik vaak met een enorme glimlach rond.”
Wat ga je niet missen?
“Het onrecht dat mensen elkaar aandoen door oordelen te vellen, terwijl ze slechts tien procent van de feiten kennen. Mensen die niet van de hoed en de rand weten, maar wel een grote mond hebben tegen bestuurders of collega’s. Ik denk: kom gewoon langs, stel een vraag, vraag waarom iets gedaan is. Dan kunnen we het uitleggen. Ik hoop dat we dat gesprek in de toekomst veel menselijker voeren: eerst vragen, dan pas zeggen dat je het er niet mee eens bent, met hopelijk wat meer nuance.”
Dit is een artikel van onze mediapartner Delta
Gerelateerd nieuws
-
vrijdag 29 augustus 2025 16:20
-
dinsdag 13 januari 2026 17:43
-
donderdag 28 augustus 2025 11:09
-
dinsdag 14 oktober 2025 14:04
-
maandag 28 juli 2025 08:59













